In het souterrain bevinden zich verschillende keukens en dienstruimten. Zij liggen rondom de centrale hal. Zo kan men rechtstreeks vanuit de hal in iedere ruimte komen zoals de kookkeuken, de spoelkeuken, de groentekeuken, de zuivelkeuken en de slagerij. De meest oorspronkelijke ruimte van het huis is de Oude Keuken die dateert uit de 15e eeuw. Deze keuken heeft massief gemetselde bakstenen muren die ruim een meter dik zijn. Het kolenfornuis en het daarboven ontbreken van ventilatie zorgden ervoor dat de temperatuur kon oplopen tot zo'n 40 graden. 

Spectaculair is de zeer uitgebreide ‘Batterie de Cuisine’ van De Haar, een serie pannen of casserroles in allerlei soorten en maten voor zeer gevarieerd gebruik met de naam van de familie en Haarzuylens erin geslagen. Alle voorwerpen zijn gemaakt van roodkoper en de binnenkant voor gebruik is vertind. Alleen op het Paleis op de Dam vindt men een soortgelijke serie pannen.

De Oude Keuken werd tot 1970 gebruikt, daarna werd een modernere keuken elders in het souterrain in gebruik genomen. Verder bevinden zich in het souterrain een wijnkelder, de eetkamer voor het personeel, de bloemenkelder, eetkamer voor de kinderen tot 14 jaar, terwijl de centrale hal als speciale expositie- en ontvangstruimte in gebruik is.

In de Eetzaal zijn de door Cuypers ontworpen eettafel en de daarbij behorende stoelen een echte eye catcher. Voor belangrijke diners kunnen hier 34 personen plaatsnemen. Een aantal stoelen heeft een steeds wisselende decoratie aan knoppen. Op één ervan is Cuypers zelf te herkennen in middeleeuwse dracht.

Bij de wederopbouw van het kasteel volgde Cuypers zorgvuldig de lijnen van de oude walmuren en handhaafde hij de vorm van de oude open binnenplaats. Er is echter één groot verschil: hij overdekte de Main Hall met een door hout beklede metalen boogconstructie zoals ook te vinden op het Amsterdamse Centraal Station. Door de open binnenplaats te overdekken en de verdiepingen van galerijen te voorzien hoeft men niet steeds meer door meerdere kamers te lopen, zoals dat daarvoor altijd gebruikelijk was. 

De Main Hall fungeerde in september als een soort hotellobby. Overal stonden dan gezellige banken, lage tafeltjes en grote palmen. Ook was dit de plek waar gasten zich aan het einde van de dag verzamelden voor het aperitief. Om iedereen aan tafel te krijgen, gebruikte men een Tibetaanse Bel die als gong fungeerde. Deze hal is prachtig gedecoreerd, kosten noch moeite werden gespaard.

De Balzaal verbeeldt een ander aspect van het middeleeuwse leven; hier zijn troubadours en het hofleven te vinden. In deze ruimte organiseerden de baron en barones diverse feesten, waaronder het beroemde ‘Bal Masque’ (gemaskerd bal). Van zeer grote kunsthistorische waarde zijn de beide 16e-eeuwse Brusselse wandtapijten. Het linker tapijt toont de Schepping van de wereld in zes dagen en de Zondeval. Het rechter wandtapijt verbeeldt de Triomf van Christus.

In de Balzaal vindt men het schouwspel ‘Le Château de l’Amour’, het Kasteel van de Liefde, met daarnaast een echte minstreelgalerij. In drie scènes verbeeldt het de hoofse liefdesgeschiedenis van een jongeman die zijn geliefde schaakt. Het reliëf is uitgehouwen uit één blok kalkzandsteen van 2000 kilo! De muzikanten bevonden zich tijdens het gemaskerd bal op de minstreelgalerij. Daar konden ook gordijntjes gesloten worden, zodat ze geen zicht hadden op de festiviteiten in de zaal. 

De Ridderzaal heeft zijn oorspronkelijke afmetingen behouden, zoals deze aangetroffen werden in de ruïne. De merkwaardige trapeziumvormige ruimte en de nauwe vensters met spitsbogen, die diep in de brede muur zijn ingemetseld, zijn hier het bewijs van. Doordat de binnenmuur breder is dan de buitenmuur, krijgt men in de Ridderzaal de indruk dat het plafond van boven naar beneden schuin loopt. Dit is echter optisch bedrog.

De balken van de zoldering zijn bedekt met de wapenschilden van de Van Zuylens en verwante geslachten. Ook is op een aantal balken diverse malen een Davidsster afgebeeld als eerbewijs aan de Joodse afkomst van Hélène de Rothschild.

De Bibliotheek is de eerste ruimte die bij de restauratie gereed kwam. Om dat te vieren en om baron van Zuylen te stimuleren om met het project verder te gaan liet Cuypers hier in 1893 een lunch voor de baron plaatsvinden. Het menu is bewaard gebleven. Oorspronkelijk zou deze kamer als eetkamer bedoeld zijn, maar daar is al spoedig van afgeweken. Oorspronkelijk wordt hij ook de “Salle de Famille” genoemd.

Elk van de gastenkamers heeft een eigen karakter. De gedachte van baron Etienne hierachter is dat hij er zeker van wil zijn dat zijn gasten het gevoel hebben in een particulier huis te zijn en niet in een of ander luxueus hotel. Zelfs geen twee badkamers zijn gelijk en ook de kranen zijn verschillend. Iedere slaapkamer heeft zijn eigen sanitaire voorzieningen met mengkranen.

Bij de inrichting van de gastenkamers is duidelijk zichtbaar dat de baron en barones zich niet compleet hebben overgeven aan de stijl die Cuypers voorstelt. Een aantal kamers werd ontworpen in neogotische stijl, maar diverse andere kamers werden ingericht in diverse andere neostijlen. De kleurstellingen zijn gevarieerder en lichter en wand- en plafonddecoraties en meubilair zijn veelal 19de-eeuwse varianten van Lodewijkstijlen.

In het kasteel zijn, naast veel verwijzingen naar de familie van de baron, ook veel decoraties te vinden die passen bij de visie van Cuypers en de baron. Thema’s als ‘Ridderschap’ en het christendom komen vaak terug in de (wand)decoraties. Ook wordt de middeleeuwse dierenwereld en het plantenrijk vaak afgebeeld waarbij fabeldieren, planten en bloemen gecombineerd worden met de meer sobere neogotische elementen van Cuypers.

 

 

Meer...

EN